Maakt meten makkelijker
<<< Terug naar Beslissingstabel

Berg Balance Scale (BBS)

Berg & Wood, 1989; de Jong K, 2011; KNGF-richtlijn Beroerte

De BBS evalueert de balans tijdens zit, stand en transfers door middel van verschillende opdrachten met bovenste en onderste extremiteiten.

NB: De BBS is niet geschikt voor cliënten met Parkinson.

Categorie

Balans en rompbalans (Zit & stand)

Doelgroep

FAC 2 of hoger

Doel meetinstrument

  • Inventariseren
  • Evalueren

Type meetinstrument

  • Performancetest

Duur

19 minuten

Protocol BBS

Benodigdheden

Standaard:

  • Pen + Invulformulier op clipbord (pagina 21 - 24)
  • Stopwatch
  • Liniaal ( > 25 cm) OF aanduiding op de muur OF dit A4 blad: 20 cm breed en 30 cm hoog
  • 2 stoelen van ca. 45 cm hoog in haakse opstelling.
    • 1 stoel zonder armleuningen (alternatieve optie: kruk, behandelbank, bed)
    • 1 stoel met armleuningen
  • Voetbankje 10 - 20 cm hoog
  • Schoen / Pantoffel / Gelijkaardig voorwerp om op te rapen van de grond

Hulpmiddelen:

  • Toegestaan: Orthese / Sling /…
  • Niet toegestaan: Loophulpmiddel

Ruimte

Een rustige ruimte > 2 m² met vlakke ondergrond.

Instructies

Voor het meten:

  • Plaats de nodige materialen.
  • Leg het doel van het meetinstrument uit: balans bewaren tijdens de opdracht, opdracht zo lang mogelijk volhouden of zo snel mogelijk uitvoeren. Zeg dat hij / zij zelf mag zelf kiezen hoe wijd de benen worden geplaatst en met welk been de opdrachten wordt ingezet.

Tijdens het meten:

  • Lees de instructie luidop en doe, indien nodig, de opdracht 1 maal voor.
  • Sta niet in het gezichtsveld van de cliënt.

Na het meten:

  • Bereken de totaalscore en interpreteer deze aan de hand van de normwaarden en vorig resultaten.
  • Plaats de totaalscore en de relevante normwaarden op het invulformulier totaalscores (pagina 9).

Scoring

Omcirkel 1 score per item. Verbale ondersteuning wordt toegestaan, fysieke ondersteuning niet. Bij twijfel houdt u de laagste score aan. Tel vervolgens alle 14 itemscores op om de totaalscore (maximaal 56) te berekenen. Beoordeel bij hertesten enkel de items waarbij nog geen maximale score behaald werd.

Interpretatie

Een hogere score staat voor een hoger functioneringsniveau. 4 punten staat voor het hoogste functioneringsniveau. 0 punten staat voor het laagste functioneringsniveau of niet uitvoerbaar.

Loopvaardigheid

  • 00 - 20: Rolstoel gebonden.
  • 21 - 40: Loopt met loophulpmiddel / Assistentie.
  • 41 - 56: Loopt zelfstandig.

Balanstraining indicatie

Vanaf een score < 45 bestaat er een indicatie voor balanstraining en is gebruik van een hulpmiddel en/of supervisie aangewezen. Het valrisico is multifactorieel en daardoor niet goed beoordeelbaar echter zou een score < 36 bijna 100% op een val de komende 6 maand kunnen aanduiden.

Minimale detecteerbare verandering per doelgroep

  • Ouderen: 5 punten (indien score 25 - 34: 7 punten)
  • Hemiparese: 3 punten

Normwaarden

TODO

Invulformulier BBS

  • Cliënt
  • Meetinstrument
(Selecteer één antwoord per item, kies bij twijfel de laagste score.)
1.
Instructie: "Zou u op willen staan? Probeert u hierbij niet met uw handen te steunen." Gebruik een stoel met armleuningen.
De cliënt kan opstaan zonder op de handen te steunen en kan vervolgens los stil staan
De cliënt kan zelfstandig opstaan met gebruikmaking van de hand(en)
De cliënt heeft minimale hulp nodig om op te staan, dan wel om los stil te staan
De cliënt kan na meerdere pogingen opstaan met gebruikmaking van de handen
De cliënt heeft matig tot maximale ondersteuning nodig om tot stand te komen
2.
Instructie: "Kunt u 2 minuten blijven staan zonder u vast te houden?"
De cliënt kan 2 min zelfstandig en veilig blijven staan
De cliënt kan 2 min onder supervisie blijven staan
De cliënt kan 30 sec onder supervisie blijven staan
De cliënt heeft meerdere pogingen nodig om 30 sec onder supervisie te blijven staan
De cliënt is niet in staat om 30 sec zonder ondersteuning te blijven staan
3.
Instructie: "Kunt u 2 minuten blijven zitten met de armen over elkaar, met de rug ongesteund en voeten op de vloer of voetenbankje?" Gebruik een kruk/stoel/behandelbank en voetenbankje (indien gewenst).
De cliënt kan 2 min veilig en stabiel blijven zitten
De cliënt kan 2 min onder supervisie blijven zitten
De cliënt kan 30 sec blijven zitten
De cliënt kan 10 sec blijven zitten
De cliënt is niet in staat om zonder steun 10 sec te blijven zitten
4.
Instructie: "Kunt u gaan zitten?" Gebruik een stoel met armleuningen.
De cliënt gaat veilig zitten door minimaal op de handen te steunen
De cliënt controleert de neergaande beweging door op de handen te steunen
De cliënt controleert de neergaande beweging door achterkant onderbenen tegen de stoel te plaatsen
De cliënt kan zelfstandig gaan zitten, maar heeft geen gecontroleerde neergaande beweging
De cliënt heeft ondersteuning nodig om te gaan zitten
5.
Instructie: "Wilt u vanuit de stoel met armleuningen opstaan en in de stoel zonder armleuningen gaan zitten?’ en ‘Kunt u nu weer op de andere stoel gaan zitten?" Gebruik 2 stoelen (met en zonder armleuningen) die klaar staan voor een draaiende transfer.
De cliënt kan de transfer veilig uitvoeren door minimaal te steunen op de handen
De cliënt kan de transfer enkel veilig uitvoeren door op de handen te steunen
De cliënt kan de transfer enkel met verbale aanwijzingen en/of supervisie uitvoeren
De cliënt heeft ondersteuning nodig van 1 persoon
De cliënt heeft ondersteuning nodig van 2 personen
6.
Instructie: "Kunt u uw ogen sluiten en 10 seconden stil blijven staan?"
De cliënt kan 10 sec veilig blijven staan
De cliënt kan 10 sec onder supervisie blijven staan
De cliënt kan 3 sec onder supervisie blijven staan
De cliënt kan 1 - 2 sec onder supervisie blijven staan
De cliënt heeft hulp nodig om niet te vallen
7.
Instructie: "Kunt u uw voeten tegen elkaar aan zetten en 1 minuut los staan?"
De cliënt kan zelf de voeten tegen elkaar aan zetten en 1 min veilig blijven staan
De cliënt kan zelf de voeten tegen elkaar aan te zetten en 1 min onder supervisie blijven staan
De cliënt kan zelf de voeten tegen elkaar aan te zetten en 16 - 30 sec blijven staan
De cliënt heeft hulp nodig om de voeten tegen elkaar aan te zetten en kan 15 sec blijven staan
De cliënt heeft hulp nodig om de voeten tegen elkaar aan te zetten en kan < 15 sec te blijven staan
8.
Instructie: "Kunt u met uw voeten naast elkaar staan en uw beide armen heffen tot 90°? Strek uw vingers uit en reik zo ver naar voren als u kunt. U mag hierbij de muur niet raken." Gebruik een liniaal of aanduiding op de muur. Meet de afstand van de begin- tot eindpositie van de vingertoppen.
De cliënt kan > 25 cm reiken
De cliënt kan 13 - 25 cm reiken
De cliënt kan 6 - 12 cm reiken
De cliënt kan 0 - 5 cm OF onder supervisie reiken
De cliënt verliest het evenwicht OF heeft steun nodig van buitenaf
9.
Instructie: "Kunt u al staande de schoen/pantoffel oppakken die voor uw voeten is gelegd?" Gebruik een schoen/pantoffel.
De cliënt kan de schoen/pantoffel veilig en met gemak oppakken.
De cliënt kan de schoen/pantoffel onder supervisie oppakken
De cliënt is niet in staat om de schoen/pantoffel op te pakken, maar komt wel tot 2 - 5 cm erboven
De cliënt is niet in staat om de schoen/pantoffel op te pakken en heeft bij de poging supervisie nodig
De cliënt is niet in staat om te bukken OF heeft ondersteuning nodig om veilig te bukken
10.
Instructie: "Kunt u staan, uw voeten naast elkaar zetten en uw hoofd over uw linker schouder draaien om recht naar achteren te kijken? Herhaal dit naar rechts." Gebruik een willekeurig voorwerp. Het voorwerp mag recht achter de cliënt gehouden worden om de draaibeweging te stimuleren.
De cliënt kan in beide draairichtingen recht naar achteren kijken en het gewicht goed overbrengen
De cliënt kan in 1 draairichting recht naar achteren kijken
De cliënt is bij geen van de draairichtingen in staat om volledig recht naar achteren te kijken, maar handhaaft wel het evenwicht
De cliënt heeft supervisie nodig tijdens het draaien
De cliënt heeft ondersteuning nodig om te blijven staan
11.
Instructie: "Kunt u volledig om uw as draaien?’ en ‘Kunt u nu de andere kant op draaien?" Cliënt staat recht. Laat de cliënt pauzeren tussen de twee instructies.
De cliënt kan naar beide kanten veilig 360° draaien binnen 4 sec
De cliënt naar 1 kant veilig 360° draaien binnen 4 sec
De cliënt kan naar beide kanten veilig 360° draaien, > 4 sec
De cliënt heeft van dichtbij supervisie of verbale aanwijzingen nodig
De cliënt heeft ondersteuning nodig tijdens het draaien
12.
Instructie: "Kunt u om en om uw voet op het krukje/opstapbankje plaatsen? Ga hiermee door totdat elke voet het krukje/opstapbankje 4 keer heeft aangeraakt." Gebruik een krukje of opstapbankje
De cliënt kan zelfstandig en veilig staan en 8 stappen in 20 sec maken
De cliënt kan zelfstandig en veilig staan en 8 stappen in > 20 sec maken
De cliënt kan onder supervisie 4 stappen maken
De cliënt is kan met minimale ondersteuning > 2 stappen maken
De cliënt is niet in staat om de opdracht uit te voeren OF heeft ondersteuning nodig om niet te vallen
13.
Instructie: "Kunt u een voet direct voor de andere plaatsen? Als u voelt dat u uw voet niet precies voor de andere voet kan zetten, probeert u dan uw voet zo neer te zetten dat de hiel van uw voorste voet voorbij de tenen van uw andere voet komt." De cliënt mag zelf kiezen welk been hij voor zet. Om 3 punten te scoren moet de lengte van de pas van de ene voet de lengte van de andere voet overschrijden EN moet de breedte van deze houding de normale pas van de cliënt benaderen.
De cliënt kan de voet zelfstandig in het verlengde van de andere voet plaatsen en deze positie 30sec handhaven
De cliënt kan de voet zelfstandig voor de andere plaatsen en deze positie 30 sec handhaven
De cliënt kan zelfstandig een kleine stap zetten en deze positie 30 sec handhaven
De cliënt heeft hulp nodig om een stap te zetten, en kan deze positie 15 sec zelfstandig handhaven
De cliënt is niet in staat om een stap te maken OF verliest het evenwicht bij het staan
14.
Instructie: "Kunt u zo lang mogelijk op 1 been staan zonder te steunen?"
De cliënt kan het been zelfstandig optillen en deze positie > 10 sec handhaven
De cliënt kan het been zelfstandig optillen en deze positie 5 - 10 sec handhaven
De cliënt kan het been zelfstandig optillen en deze positie 3 - 4 sec handhaven
De cliënt kan het been zelfstandig optillen, en deze positie 1 - 2 sec handhaven
De cliënt is niet in staat een poging te ondernemen OF heeft ondersteuning nodig om niet te vallen
Totaal (op 56):